Categorie: Geen categorie

Een nieuw boek

Gisteren tekende ik het contract voor mijn tweede roman!

Daar bestaan inmiddels al wat hoofdstukken van. In maart van dit jaar ging ik met mijn aantekeningen naar mijn redacteur, die zei dat ik vooral moest beginnen.⠀

Dat deed ik natuurlijk niet. Want een nieuw project – een nieuw boek – is een behoorlijk karwei. Ineens was ik bang dat het niet zou lukken. Daarnaast is er iets magisch aan een niet-geschreven boek. Een boek dat nog niet is geschreven, is altijd briljant. Het is eloquent, met springlevende personages. Het brengt alle recensenten aan het huilen.

Nu ben ik een paar hoofdstukken verder, en heb ik veel plezier in het schrijven: het is toch leuker om echt iets op papier te zetten dan om er alleen maar aan te denken. En ik merk dat ik heel fijn vind om weer met een langer project bezig te zijn. In oktober 2022 komt deze nieuwe roman uit.

Als je het leuk vindt om op de hoogte te blijven (en bijvoorbeeld wat dingen te lezen over het schrijfproces) – ik verstuur zo eens in de zoveel tijd een nieuwsbrief over hoe dat gaat. Hier kan je je daarvoor inschrijven.

Vertrouwen op iets wat niet bestaat

Voor Hard//hoofd schreef ik over schrijven: want hoe schrijf je nou eigenlijk een boek? Ik heb stapels vol schrijfadvies verslonden – goed advies, daar niet van – en kwam ik bij het schrijven van mijn eerste roman vast te zitten. Daarom schreef ik het advies op dat ik zelf ook wel had willen krijgen.

Al sinds ik kan lezen, weet ik al dat ik zelf verhalen wil schrijven. Iets helemaal verzinnen, wat anderen dan ook voor zich zien – ik kon me niks leukers indenken. Tegelijkertijd vond ik het een nogal mistig carrièrepad. Want schrijver worden, hoe deed je dat?

Op mijn nachtkastje had ik als negenjarige daarom een bundel van Lemniscaat liggen: het Schrijversboek. Daarin vertelden kinderboekenschrijvers hoe ze hun verhalen precies bedachten. Ik las hoe Thea Beckman en Jan Terlouw hun boeken opbouwden en dat Simone van der Vlugt als veertienjarige al een manuscript opstuurde naar een uitgever.

Het Schrijversboek markeerde het begin van een hele reeks adviezen die ik las. Van Stephen King leerde ik dat bijvoeglijk naamwoorden in de meeste gevallen onnodig zijn. Stephen Koch moedigde me aan om vooral te beginnen. Anne Lamott liet me zien dat perfectionisme van de duivel komt, en na een zomerkamp volgde ik het advies van Ellen Deckwitz om een paar yoga-oefeningen te doen na een dag achter de laptop. Andere goede raad: lees veel, schrijf veel. Maak dingen af. Schrijf elke dag, of in ieder geval niet alleen wanneer de inspiratie toeslaat.

“If you want to be a writer, you must do two things above all others: read a lot and write a lot. There’s no way around these two things that I’m aware of, no shortcut.”

Stephen king, on writing

Het is allemaal praktisch advies. Ik ben dol op praktisch advies. Het maakt het hele schimmige schrijfproces een beetje behapbaar. Bij het schrijven van mijn debuutroman pakte ik er regelmatig boeken over het schrijven bij, om mezelf eraan te herinneren dat een boek schrijven geen onmogelijke opgave is. Een scene opbouwen, een verhaallijn uitschrijven: overal is wel een stappenplan voor te vinden.

Mijn advies is dus ook niet zozeer praktisch van aard (of het moet het praktische advies zijn om vooral veel advies van andere schrijvers te lezen). Want een boek schrijven is lastiger dan alleen praktisch advies opvolgen. Waar ik minder op voorbereid was toen ik aan een roman begon, is hoe intuïtief schrijven is.

Lees het volledige artikel op Hard//hoofd.

Een kort verhaal

Ik schreef een verhaal over iemand die een winterslaap wil houden. Misschien moet ik voor de wintermaanden toch eens een daglichtlamp aanschaffen.

Madeleine wordt wakker op een grote slaapzaal. Haar bed moet zijn verplaatst, want ze kan zich deze ruimte niet herinneren. Het lijkt wel een gymzaal: hoge wanden, geen ramen en een gladde, linoleum vloer. Door de hele ruimte staan witte bedden, precies als dat van haar. Er klinkt geruis dat ze eerst niet kan thuisbrengen. Wanneer ze opstaat, realiseert ze zich dat het van de bedden komt: het is de ademhaling van de anderen, die samen met het gezoem van de airconditioning als een zacht ruisen klinkt.

Ze zweet, al kan ze zich niet herinneren dat ze gedroomd heeft. Haar nachtjapon plakt aan haar rug, terwijl ze tussen de bedden doorloopt. Met haar handen raakt ze de spijlen aan het uiteinde van de bedden aan. Het staal is koud tegen haar handen. Ze droomt dit niet, ze is hier echt.

Waarom zou zo’n man een winter lang slapen?

Madeleine is de enige die wakker is, verder worden alle bedden bezet door slapende mensen. Even heeft ze spijt dat ze is opgestaan, maar het valt niet te negeren – ze moet echt plassen. Ze kijkt naar de gezichten van degenen die niet onder de dekens liggen. Ze blijft even stilstaan bij een man met een lange baard – zou die de hele winter blijven groeien? Hij heeft nette Italiaanse loafers naast zijn bed staan. Misschien had hij een moeilijke echtscheiding, ging zijn bedrijf failliet – waarom anders zou zo’n man een winter lang slapen?

Ook in de gang die naar de slaapzaal leidt zijn geen ramen. Wel hangt er een groot bord waarmee de route naar de toiletten wordt aangegeven.

Ze had verwacht dat hier wel beweging zou zijn: artsen, verplegers of onderzoekers. Misschien is het nacht. In het gele schemerlicht is dat moeilijk te zeggen.

Met haar hoofd in haar handen zit ze op het toilet. Voor ze insliep had ze gedacht dat ze wel nieuwsgierig zou zijn wanneer ze voor het eerst wakker zou worden. Dat ze zou willen weten welke dag het was, en hoe laat, wat er in de wereld allemaal gebeurd was. Maar terwijl ze op het toilet zit, kan ze alleen maar denken aan haar bed. Ondanks alle slaap die ze heeft gehad, is ze vooral ontzettend moe.

Boven de wastafel hangt een spiegel. Ze ziet er vreemd uit, ziek, in haar witte nachtjapon. Maar haar haar is langer, haar huid ziet er gezonder uit, al zitten er een paar kreukels in haar linkerwang. Ze neemt een slok water en staart uitgebreid naar haar spiegelbeeld.

Als ze terugloopt door de stille gang, is ze overtuigd. Dit was een uitstekende beslissing.

Ze zag het nieuwsbericht een paar jaar geleden in de krant. In het artikel stond dat er een onderzoeksinstituut was geopend om de effecten van langdurige slaap op het menselijk lichaam te testen. Volgens hoofdonderzoeker Yoshi Tamagoni was een winterslaap technisch gezien mogelijk: ‘Het metabolisme vertraagt tijdens een winterslaap, de lichaamstemperatuur daalt. Dat verschilt niet veel van wat er ’s nachts met ons gebeurt.’ Mensen zouden volgens Tamagoni een winterslaap kunnen houden zoals beren of dassen dat doen: ze slapen het grootste gedeelte van de tijd, maar hebben wakkere momenten. Ze moeten bijvoorbeeld plassen.

Slapende mensen verbruiken bijna niets.

Ze had het stuk gretig gelezen. Ze maakte al jaren grapjes over haar zin in een winterslaap – al had ze toen nog niet voldoende reden om te blijven slapen.

***

Het volledige verhaal is te lezen op Hard//hoofd.

Een tip voor de avonden

Mijn tienerkamer was bekleed met plaatjes uit de ELLE Girl. Als jongere in een dorp met slechts twee kledingwinkels, was dit mijn manier om de nieuwste hypes bij te houden: outfits uit tijdschriften knippen en proberen die hype te reproduceren. Het échte doel was om zelf op termijn trends te zetten.

In het tijdschrift kwamen verschillende it-girls aan het woord, die allemaal zelf bepaalden wat hip werd. De ELLE Girl was een soort leerschool: zoals bij alle kunstvormen moest je eerst de regels leren voor je ze kon breken. Want waarom wilde ik een meeloper zijn als ik ook een trendsetter kon worden?

***

Voor Hard//hoofd schreef ik een tip over meelopen, en over wat ik momenteel als meeloper doe: schaken. Een tip voor de lange avonden die we thuis doorbrengen.

Klimaatvragen

Een van de illustraties bij het artikel door Hanneke Rozemuller

In januari vond de klimaatweek plaats. Al ruim voor de klimaatweek dacht ik met Willemijn Kranendonk na over onze klimaatvragen. De briefwisseling die we daarover schreven, is op Hard//hoofd gepubliceerd.

Ik houd nog steeds van onkruid. Ik vind het een geruststellende gedachte dat boomwortels asfalt kunnen breken, dat viooltjes barsten veroorzaken in baksteen. Ik vind het hoopvol dat er langs de muur van mijn flat een digitalis groeit, op een reepje grond dat nog geen centimeter breed is.

Verandering kan klein beginnen.

Mijn boek is er!

Op 7 januari kwam mijn boek Ik wacht hier uit. Na tweeënhalf jaar is het eindelijk zo ver: het verhaal is de wereld in!

Om het te vieren mocht ik langskomen bij Prometheus om het boek op te halen en werd ik in boekhandel Broese geïnterviewd. En natuurlijk was er taart. Desondanks is het nog steeds een beetje onwerkelijk dat mijn eigen boek nu bij mensen in de kast kan staan.

Wanneer de boekhandels opengaan ligt het in de winkel, maar in je lokale boekhandel is het ook al te bestellen. Bestellen kan ook via Bazarow.

Nog niet overtuigd? Een hoofdstuk uit Ik wacht hier is als voorpublicatie verschenen op de site van Hard//hoofd.

Filmtrialoog: King of the Belgians

Voor Hard//hoofd keek ik de film King of the Belgians: een film waarin waarin Wallonië zich afsplitst van Vlaanderen op het moment dat de Belgische koning Nicolaas III op staatsbezoek in Turkije is. Een documentairemaker legt de pogingen van de koning om terug te keren naar zijn land vast, resulterend in deze bijzondere roadmovie.

Met Rosanna Baas en Michal van der Toorn besprak ik de film. Spoiler: het was een goede film én een goed gesprek.

De filmtrialoog is hier te lezen.

In de krant (in het Frans)

Het essay dat ik over hoop schreef voor De Standaard is vertaald! Het is inmiddels in het Frans te lezen in de Courrier Internationale (mocht je willen bijspijkeren).

De vertaling kwam online op het moment dat ik de krant uit Vlaanderen binnen kreeg – uitstekende timing, dus.

Crossing Border

Op zondag 8 november treed ik op op het Crossing Border Festival. Dat voelt wel bijzonder: een paar jaar geleden stond ik zelf nog in het publiek, te dromen van een literaire carrière.

Deze keer is er geen publiek, maar ik mag voordragen vanuit een studio. Vanwege corona is het programmaonderdeel namelijk helemaal online en helemaal gratis. Om 19:00 ben ik aan het woord, maar in het programma zitten veel interessante schrijvers, interviews en dat alles is is dus vanuit de huiskamer te bekijken. Een link naar het programma vind je hier.

Hoop, het ding met veren

Van de tweede (gedeeltelijke) lockdown moest ik best even slikken. Vandaar dat ik voor de Vlaamse krant De Standaard nadacht over hoop. Hoe moet je eigenlijk hoop houden, wanneer je je niet zo hoopvol voelt? En is hopen op een betere wereld naïef of broodnodig?

Ik dook in de wereld van de christelijke filosofie, waarin hoop een belangrijke deugd is, en in die van de oude Grieken – voor hen was hopen iets wat je alleen deed als je geen plan kon maken. En wat zegt die mythe van Pandora ons precies?

Ik weet niet of ik een definitief antwoord heb op mijn vragen over hoop, maar de illustratie van Trui Chielens was het schrijven al waard.

Het artikel is hier te lezen, gratis als je een account aanmaakt.

De verhalen van mijn 100-jarige oma

Het boekje ter ere van oma’s honderdste verjaardag

Op 16 oktober is mijn oma 100 jaar geworden. Al ver daarvoor was ik bezig met het vastleggen van de verhalen uit haar leven: als meisje heeft ze nog koeien vanaf het Centraal Station, over de Dam, naar de boerderij in het Vondelpark gedreven. Ze heeft als twintigjarige de oorlog meegemaakt en als predikantsvrouw door heel Nederland gewoond. Tot mijn achttiende woonde ik met haar in een huis en kon ik die verhalen van haar horen.

Een tijd geleden heb ik haar een aantal keer geïnterviewd. Die interviews heb ik uitgewerkt tot dit boekje, met verhalen van oma in haar eigen woorden – zodat we die ook nog kunnen lezen als zij ze niet meer kan vertellen.

Op haar verjaardag was het idee de boekjes uit te delen aan alle genodigden voor haar verjaardagsfeest. Dat feest kon vanwege de gedeeltelijke lockdown niet doorgaan, maar gelukkig kon ik wel een exemplaar aan mijn oma geven. Ze was ontroerd en blij. Ik ook. Via de post komen de verhalen nu alsnog bij haar familie, vrienden en kennissen terecht.

Ik bezit dus ik ben

Voor de Vlaamse krant De Standaard schreef ik over mijn opruim- en verzamelwoede, die gek genoeg naast elkaar kunnen bestaan.

Sinds de lockdown vraag ik me steeds meer af wat spullen nu eigenlijk voor me betekenen. Moet ik een minimalist worden? Of moet ik juist het maximalisme omarmen? En waarom is spullen erven zo emotioneel? Hoe vormen spullen een onderdeel van onze identiteit?

Om antwoord te geven op deze vragen schreef ik dus een essay. Dat is hier te lezen, gratis als je een account aanmaakt.

TIP: Bereken je deadline

Mijn boek is af. Al twee jaar werk ik aan een roman, en eindelijk is de laatste punt gezet en kan het worden uitgegeven. Als mensen vragen hoe ik dat nou precies voor elkaar heb gekregen, praten we al snel over deadlines. Zonder einddatum kan iets eeuwig duren. De meeste mensen die ik spreek snakken naar een eindpunt voor hun eigen project – een eindpunt dat bij voorkeur iemand anders stelt, want een zelfgekozen moment kan altijd uitgesteld worden. Starten, volhouden: zonder deadline is het bijna onmogelijk. Gelukkig is er altijd een deadline, en – tip! – kan je die ook nog eens zelf berekenen.

***

Voor Hard//hoofd schreef ik een tip over deadlines – niet het enige wat belangrijk was bij het afronden van een boek, maar wél goed om af en toe bij stil te staan. Mijn tip is hier te lezen.

De Beentjes van Sint Hildegard

Voor Hard//hoofd keek ik naar de film De Beentjes van Sint Hildegard. Een aanrader vanwege het sympathieke verhaal en vooral vanwege het Twents – Eva, Marthe en ik kwamen tot de conclusie dat we iedereen in het dialect gewoon heel sympathiek vinden klinken. Verder praten we over symboliek, de originele Tsjechische film en patronen in relaties. De trialoog is hier te lezen.

TIP: Verander je perspectief

Hoewel ik docent Nederlands ben en dol ben op lezen, weet ik ook wel dat lezen de wereld niet per se verandert. Maar het hélpt wel.

Zoals schrijfster Angie Thomas zegt: ‘I’ve always seen writing as a form of activism. If nothing else, books give us a glimpse into lives that we may not have known about before; they can promote empathy.’

Voor Hard//hoofd schreef ik een TIP over de boeken die precies dat bij mij gedaan hebben, en welke boeken mijn perspectief – op de wereld, en op mijzelf – veranderden.

Het staat in de sterren geschreven – het begrijpen is een ander verhaal

Jacob Whittaker – Norrie Paramour Strings and Orchestra The Zodiac Suite

De laatste tijd lees ik veel advies: columns over thuiswerken, tips voor een home workout. Alles om een beetje houvast te vinden in de brave new world waar we ineens zijn ingeworpen. Er was één advies dat me deze week boven alles bijbleef. Het kwam van Madame Clairevoyant, de horoscoopschrijfster van The Cut: ‘Don’t be too hard on yourself if you’re not able to outrun or out-think your emotions. Sometimes, you just have to sit with them.’ Dit advies heb ik natuurlijk al eerder gezien. Het is ook niet revolutionair – en toch voelde het alsof het speciaal voor mij geschreven was.

Het is vreemder als je nog nooit je horoscoop hebt gelezen, dan wanneer je hem wekelijks checkt.

Ik geloof niet in astrologie. Desondanks kijk ik wat er over mijn astrologische teken wordt gezegd. Zo bezoek ik wekelijks de site van Rob Breszy, Freewill Astrology, om te kijken wat de week voor me in petto heeft. Ik kan inmiddels niet meer volhouden dat ik dat alleen maar voor de lol doe, maar wat zoek ik er dan?

Ik ben niet de enige die tegenwoordig de interpretatie van de sterren interessant vindt. Jihane Chaara schreef op Hard//hoofd een tip om meer te zweven, je horoscoop te lezen en je rationele kant eens te laten voor wat die is. We passen in een mondiale trend: millenials en Gen X’ers die de astrologie weer opzoeken. Het is vreemder als je nog nooit je horoscoop hebt gelezen, dan wanneer je hem wekelijks checkt. Vrijwel iedereen kent zijn sterrenbeeld: is het niet via een horoscoop, dan wel via memes of posts op Instagram.

***

Voor Hard/hoofd dacht ik na over waarom ik eigenlijk mijn horoscoop lees. Het hele artikel is hier te lezen.

Virusverhalen

Ik heb het soms best lastig met het thuiszitten, maar lezen helpt. Schrijven ook. Op de site van Virusverhalen zijn verschillende korte verhalen en gedichten te lezen, die gaan over waar we allemaal mee worstelen – angst, eenzaamheid, verveling. Ook ik schreef een verhaal, dat hier is te lezen.

Rebel, rebel

Vorige week kwam de bundel Rebel, rebel bij uitgeverij Prometheus uit. In de bundel staan verhalen van elf jonge schrijvers, allemaal rond het boekenweekthema Rebellen en dwarsdenkers. Ik schreef het verhaal ‘Zomerverlof’, over drie pubermeisjes in een instelling die een hond vinden in het bos. In de Volkskrant van 14 maart stond daarover onder andere dit: ‘De verhalen van Kuşçu en Boer springen eruit vanwege hun stijl, die gebalanceerd en verzorgd is; allesbehalve rebels.’

Roulette

Voor Hard//hoofd schreef ik een verhaal over een spelletjesavond gone wrong. Echt gezellig wordt het dus niet, maar spelletjesavonden zijn er dan ook niet voor de gezelligheid. Dit is menens.

De eerste minuten kijken de vier vrouwen naar de revolver op de terrastafel, dan wil Valerie hem vasthouden. Carmen loopt door de tuin, luistert of de buren buiten zitten en Angeline vraagt: ‘Maar hoe kóm je eraan?’

Ava haalt haar schouders op. ‘Gewoon, online.’ 

Een straaltje zweet loopt over haar rug. Er is al drie weken een hittegolf gaande, de langste sinds de jaren zeventig, hoorde ze een nieuwslezer zeggen. Het is wachten op onweer. Vanavond moet het losbarsten. 

‘Via het dark web natuurlijk.’ Valerie weegt het wapen in haar hand alsof ze er dagelijks een vasthoudt. ‘Licht dingetje. Is dit zo’n handtasmodel?’

‘Een handtasmodel?’ Ava’s stem is hoger dan normaal. Ze kan er niets aan doen: wanneer ze Carmen, Angeline of Valerie ziet, gaat haar stem automatisch omhoog. Net als vroeger, toen ze na colleges koffie en wijn dronken en eerder gilden dan praatten.

‘Voor vrouwen die zich ’s avonds onveilig voelen. Heb je hem in je nachtkastje liggen?’ 

‘Nee. Ik bewaar hem in de keuken, naast de pannenlappen.’ Ze moeten alle vier lachen om dat beeld. 

‘Geef eens.’ Carmen pakt het wapen voorzichtig over, gaat langzaam met haar vingers langs de trekker. ‘Dit is echt zo’n filmmodel. Smith & Wesson. Een cowboyding. Robin wilde er zo een voor zijn verjaardag, toen moest Denny natuurlijk ook.’

‘God, ik weet niet hoe je het doet,’ zegt Valerie. ‘Ik zou nergens zijn zonder nanny.’

Ava glimlacht. Dezelfde gesprekken als altijd, maar nu met versnelde hartslag, op scherp gestelde zintuigen en een revolver waar geen van hen haar ogen vanaf kan houden. Het is het wapen zelf dat perverteert, je uitnodigt om ernaar te kijken, ermee te spelen. 

‘Wil je dat ding echt gebruiken?’ Angeline fronst. 

‘Als er een wapen op tafel ligt, moet het ook afgaan,’ zegt Ava. ‘Weet je nog? Introductie tot theaterwetenschap. Dat is zo’n beetje het enige wat ik me herinner van onze studie.’

Carmen legt de revolver weer neer. Alle drie de vrouwen kijken naar Ava. Ze haalt de kogel uit het voorste vakje van haar tas.

***

Het hele verhaal is op de site van Hard//hoofd te lezen.

Een gesprek over Bombshell

Voor Hard//hoofd keek ik samen met Eva van den Boogaard en Naomí Combrink de film Bombshell. Goed geschreven, goed geacteerd, spannend – een aanrader dus. Ook een film waarin de voorvechtsters van de vrouwenzaak zich nooit feminist zouden noemen, wat mij betreft één van de interessantste punten aan de film. Maar daardoor is het ook een aanrader met een asterisk: over dit onderwerp zijn nog lang niet alle films gemaakt.

De trialoog kan je hier lezen.

Tussen servet en tafellaken

Voor Hard//hoofd schreef ik een stuk over de ‘lerarenkliklijn’ van Forum voor Democratie.

Forum voor Democratie heeft met zijn lerarenkliklijn het hele land over zich heen gekregen. Leraren hebben het al zo zwaar, en ze hoeven zich niet te verantwoorden over vermeende indoctrinatie, volgens tegenstemmen. Maar hoe zit dat eigenlijk met de leerlingen? Die zijn volgens mij best iets weerbaarder dan we denken.

*

Bij het koffiezetapparaat gaat het de laatste pauzes vaak over indoctrinatie. Niet over hoezeer we daar als docenten tégen zijn, maar meer over hoe we het kunnen bewerkstelligen.
‘Ik laat mijn vwo 4 een stuk uit de Volkskrant lezen,’ zegt een collega. ‘Dat lijkt me een mooi begin.’
‘Ik zou mijn havo 4 wel willen indoctrineren,’ zeg ik. ‘Als zij kritiekloos wat harder gaan werken, worden we daar allemaal beter van.’ Instemmende collega’s, gelach, nog een bak koffie en terug naar de les.
Het is niet zo dat we allemaal zo’n fan zijn van indoctrinatie – het is eerder dat het indoctrineren van een klas met dertig mondige leerlingen nogal ingewikkeld is. Over het meldpunt van Forum voor Democratie zijn al veel dingen gezegd: het onderwijs heeft het al zwaar, het is een belediging van de professionaliteit van docenten en het is een bedreiging voor de veiligheid in het klaslokaal. Allemaal waar, maar wat tot hilariteit in de docentenkamer leidt, is dat niemand het over de leerlingen heeft – als die zo verschrikkelijk goed luisterden zou het beroep wel populairder zijn. En wat mij persoonlijk vooral verbaast is het idee dat een neutrale docent de beste docent is. Dat heeft maar weinig te maken met wat er in een klaslokaal gebeurt.

*

Lees hier het volledige artikel op Hard//hoofd.

Filmtrialoog

Voor Hard//hoofd deed ik mee aan de filmtrialoog. Daarvoor keek ik een horrorfilm, Us, de nieuwe film van Jordan Peele. Normaal gesproken ben ik niet zo van de horror, maar deze film zou ik iedereen aanraden. Nou ja, bijna iedereen. In de filmtrialoog leg ik uit waarom.

Raak in een sleur

Hoe moet een mens zijn of haar leven inrichten? Wat moet je elke dag doen om een goede dag te hebben? En wat moet je vooral laten? Hoe doen anderen dat in vredesnaam? Het zijn vragen die me nog al eens bezighouden, vooral op de momenten dat ik opkijk van mijn telefoon en er drie kwartier voorbij is gegaan, of wanneer ik me ‘s ochtends naar mijn werk haast omdat ik te lang in bed ben blijven liggen. Dat moet beter kunnen, denk ik wanneer ik in de toiletten het zweet van mijn bovenlip dep.

Zoals Annie Dillard het verwoordt: ‘How we spend our days is, of course, how we spend our lives.’ Een goede sleur voor jezelf maken betekent een productiever én een gelukkiger leven. Het antwoord op al mijn vragen. Daarom lees ik graag over routines van bekende schrijvers. Of ze nou vroeg of laat opstaan, ’s nachts of ’s middags werken, één ding hebben ze gemeen: ze hebben een manier gevonden om de dingen die ze het belangrijkste vinden in hun dag te passen.

*

Voor Hard//hoofd schreef ik een tip over mijn zoektocht naar sleur en routine. Het volledige artikel is hier te lezen.

Een essay over liefde en robotica

Robots nemen de wereld over. Nee, niet door ons met hun artificiële intelligentie te overmeesteren, maar juist door ons te ondersteunen. De utopie van een wereld waarin humanoids een waardevolle aanvulling zijn op onze menselijke activiteiten komt steeds dichterbij. Sociale robots kunnen uitkomst bieden in de zorg door de eenzaamheid van ouderen te verlichten. In de Volkskrant verscheen onlangs een artikel waarin de mogelijkheid van robotprostituees wordt besproken. En Filosofie Magazine wijdde laatst een nummer aan robotliefde, in samenwerking met de expositie ROBOT LOVE, die belooft: ‘ROBOT LOVE laat je de liefde van robots ervaren.’ Maar kunnen we liefde ervaren van iets wat nep is? En als dat kan, wat zegt dat dan over intimiteit en menselijkheid?

*

Voor Hard//hoofd schreef ik een essay over robots en liefde. Het hele artikel is hier te lezen.

Voed me, straf me

Eten, gezondheid en schuld lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat je eet zegt niet alleen iets over je gezondheid, maar ook iets over je karakter: dat is ofwel goed en sterk, ofwel slecht en slap. ‘Fit zijn’ is je eigen verantwoordelijkheid, maar dat niet alleen: anderen zullen je daadwerkelijk als béter zien wanneer je gezond bent. Je gezondheid managen is je morele plicht, en wie dat niet doet kan op een flinke portie kritiek rekenen. Eat that.

*

Voor Hard//hoofd schreef ik een artikel over fit zijn, en waarom de ‘fit-hype’ voor een nieuwe kloof in de samenleving zorgt. Lees hier het hele artikel.

Jeuk

De FusieAan mijn gezicht is niets te zien – niets dan de rode striemen die ik er zelf op heb gekrast. Het tl-licht vergroot het rood nog eens uit, maar zelfs in normaal licht kan ik de lijnen over mijn schedel zien lopen. Uitgekerfde paden, af en toe een korst en een aantal open wondjes.

Een tijd geleden heb ik me volledig kaalgeschoren, om er vanaf te zijn. Ik scheerde mijn benen, mijn armen, de delen van mijn rug waar ik nog net bij kon, mijn schaamhaar. Luizen, dacht ik eerst. Huisstofmijt. Vlooien, eventueel. Nadat ik de lokken hoofdhaar op de grond zag vallen – vaalgrijze plukken op de zwarte tegels – had ik het gevoel ergens van bevrijd te zijn. Ik ging met mijn hand over mijn schedel, glad en zacht als babyhuid. Ik zag eruit zoals die mensen uit de cocons in de Matrix: een week, nat, naakt lijf. De rode lijnen waren over mijn hele lichaam te zien, maar ondanks dat voelde ik me herboren.
Het duurde dertig seconden voordat het weer begon. De jeuk.

Met de punt van mijn nagel boor ik in het vel van mijn voorhoofd en zet een kruisje. Mijn moeder vertelde me vroeger dat je dat met muggenbulten moest doen: kruisjes erin zetten, zodat de kriebel voorbijging. Ik heb het geprobeerd, heb avonden lang alleen maar kruisjes in mijn huid gezet met mijn nagels, later ook met een keukenmes.

Zalf heb ik geprobeerd. Meditatie. Krabben, juist niet krabben. Mentholpoeder, yoghurt, azijn, amandelolie. Toen bleek dat het allemaal niet werkte, gebruikte ik ijs om de prikkeling te verzachten. Het hielp even, tot het ijs voor blaren zorgde. Ook die begonnen weer te jeuken.

Ik pak de scalpel die ik uit het laboratorium heb meegenomen en kijk aandachtig in de spiegel. Voorzichtig snijd ik in het vel, tot ik het bloed uit mijn voorhoofd zie opwellen.

Ik ben altijd zorgvuldig geweest. Na elke proef was ik mijn handen en reinig ik mijn bureau met alcohol. Anders dan mijn collega’s controleer ik me na iedere vorm van veldwerk zorgvuldig op teken. Als ik zie hoe zij dat doen – snel, losjes, als er nergens een zwart stipje zit is het goed – verbaas ik me erover dat niemand Lyme heeft opgelopen.

*

Dit volledige verhaal is te lezen op de site van De Fusie.

Ogen dicht

schermafbeelding-2016-11-02-om-18-00-24

Peter moest in eerste instantie wennen aan het idee. ‘Sem en Julia hebben je graag in de buurt,’ zei hij. ‘Ze moeten hun Nederlands bijhouden.’ Soms zei hij: ‘Ik dacht dat je het fijn vond dat je nu niet meer zo druk bent.’

De maanden hiervoor waren inderdaad rustig geweest. Ellen ging met Sem en Julia naar de Eiffeltoren. Wanneer zij naar de kleuterschool waren bezocht ze het Louvre, kocht ze boeken als A Moveable Feast, liep ze de Marché des Enfants-Rouges af om daar eten te kopen. Zo lekker Frans. Ze moest gewoon wennen aan het leven als expat, als huismoeder. Als hobbyvrouw.

Het lukte niet.

Nu doet ze de deur open voor de nanny en ziet hoe Julia zich direct in haar armen stort.

‘Daar ben je,’ zegt Julia. Er is nog een traanspoor zichtbaar op haar wang.

‘Goedemorgen,’ antwoordt Maria in gebroken Nederlands en ze haalt haar vingers door Julia’s krullen. Maria’s eigen haar begint al grijs te worden: over het zwart zit een asgrauwe gloed. Een tijdje geleden vond Ellen dat nog vertrouwd, had ze telkens de neiging om het aan te raken. Maria als de moeder die ze zelf af en toe nog nodig had.

‘Ik heb ze vanochtend al aangekleed,’ zegt Ellen.

‘Maar ik wil dit niet,’ zegt Julia, terwijl ze aan haar T-shirt plukt. ‘Ik wil mijn jurk.’ Ze pruilt en ziet eruit alsof ze elk moment weer kan gaan huilen.

‘Vandaag niet,’ zegt Ellen. Ze glimlacht naar Maria. Een blik van verstandhouding, hoopt ze.

‘Sem is ook al helemaal klaar. Je hoeft alleen nog brood te smeren voor de lunch.’

Sem zit bij zijn legobouwwerk. Hij kijkt even op bij het horen van zijn naam, maar gaat dan rustig verder.

Ellen pakt haar sleutels en tas van tafel. Het is een Louis Vuitton. Peter heeft het altijd onzin gevonden om veel geld uit te geven aan spullen. Hij vindt het nog steeds onzin, maar nu kan ze haar eigen geld uitgeven.

Ze loopt naar Sem toe om hem een kus te geven en kan het niet laten om even door zijn piekerige blonde haar te vegen. Hij krimpt meteen ineen. Als Ellen met getuite lippen voor haar staat geeft ook Julia haar een kus, maar niet van harte.

‘Lief zijn, jullie,’ zegt Ellen voor de deur achter zich dichttrekt. Ze bedoelt de kinderen, maar kijkt onwillekeurig naar Maria.

*

Het volledige verhaal (inclusief volledige illustratie) is te lezen op de site van Passionate Platform.

Marterjong

Schermafbeelding 2016-04-07 om 13.08.53

De marter is verdomd voorzichtig. Twee keer heeft ze haar kop uit de boomholte gestoken en hem een blik gegund op haar gele hals, alsof ze net door een veld paardenbloemen is gerend. Ze is nog niet in het zicht van de camera geweest.
Jonathan zit verder van de boomholte af dan gisteren. De marter heeft jongen, misschien dat ze daarom niet uit haar hol komt. De camera heeft hij op dezelfde plek geplaatst, hij wil haar het liefst in beeld brengen wanneer ze met een prooi aankomt, maar zijn deadline is over twee dagen: een foto van alleen de marter – als ze ooit uit haar hol komt – is goed genoeg.
Met de ontspanner in zijn handen wacht hij.

___

Het verhaal Marterjong, met prachtige illustratie van Renske van Enckevoort staat nu op de site van De Optimist. Hier is het hele verhaal te lezen.