Poppy en Eddie

poppyeneddie

Met zijn nieuwste boek schreef Herman Brusselmans een ‘semiautobiografie, die hangt en wurgt tussen fantasie en werkelijkheid’, aldus  de achterflap. Inderdaad worden de grenzen tussen feit en fictie in Poppy en Eddie voortdurend opgezocht. We volgen de escapades van de ‘bekende auteur Herman Brusselmans’. Een aaneenschakeling van anekdotes over zijn leven leidt uiteindelijk naar Poppy, zijn ex-vrouw die borstkanker heeft. In Poppy en Eddie probeert Brusselmans dit zowel een plek te geven als te vergeten.

De roman begint in Waarschoot, waar Brusselmans is met zijn minnares met Para, een ‘hoer’ en een ‘zwartjakker’, die hij slechts omwille van de eenzaamheid niet verlaat. Op een gimmickachtige wijze beschrijft hij hun relatie:

‘Ik had nog nooit een schele minnares gehad, dus dat opende perspectieven die naam waardig.’

 

De gimmicks en beledigingen volgen elkaar in hoog tempo op in de rest van de roman. De relatie tussen Para en Herman is snel voorbij, maar Brusselmans ontmoet meerdere vrouwen, woont zo nu en dan een feest bij en rookt vooral talloze sigaretten. Al deze gebeurtenissen worden voorzien van Brusselmans’ ironische en soms hilarische commentaar. Maar tussen de anekdotes door lezen we dat al het sarcasme een masker is om zijn kwetsbaarheid te verbergen: waar de Brusselmans zich echt mee bezig houdt is Poppy. Poppy is zijn ex-vrouw, die borstkanker heeft. Veel komen we niet over haar te weten: we weten alleen dat ze chemokuren ondergaat, en dat ze geen contact meer wil hebben met Herman. Te midden van alle flauwigheden levert dat soms mooie zinnen op:

            ‘Gemis doet pijn, en maakt je huis leeg, en de wereld veel te groot.’

 

De schrijver is eenzaam, en mist zijn ex-vrouw en hun hond, Eddie, die Poppy nog recentelijk ‘onze hond’ had genoemd. Terwijl Brusselmans mensen ontmoet, de deur uitgaat en eenzaam is, blijft vooral de vraag; waar gaan alle losse anekdotes heen? Wanneer zal Brusselmans Poppy en Eddie weer zien?

Tijdens het schrijven reflecteert Brusselmans op zijn eigen schrijverschap. Hij is bezig aan de roman De moord op de poetsvrouw van Hugo Claus, maar kan maar niet verzinnen wie de moord gepleegd heeft. Daarnaast laat Brusselmans anderen zeggen dat zijn boeken immoreel, pornografisch en stilistisch een doosje potjeslatijn zijn. In het laatste hoofdstuk van Poppy en Eddie doet Brusselmans er qua zelfreflectie nog een schepje bovenop. Para bestaat niet, zegt hij, en Brusselmans heeft zijn ex-vrouw en hun hond bijna iedere dag gezien. De roman die hij geschreven heeft is zuiver fictie:

‘[…] in deze roman zou het ik-personage alles doen om de werkelijkheid te omzeilen, en hij zou schrijven dat hij Poppy niet meer zag, terwijl Poppy ondertussen voor de volgende schrijfbeurt een maaltijd voor hem had bereid, mozzarella met tomaten en basilicum en brood, en daarna was ze naar huis gegaan nadat ze ‘Tot morgen’ had gezegd, en ze had Eddie met zich meegenomen, en de volgende dag zag ik Poppy en Eddie weer […].’

Brusselmans schrijft om de realiteit te vergeten. Er zijn immers twee werelden, ‘een die je leeft en een die je schrijft, en de ene is in staat om de andere weg te drukken’. De anekdotes vol hilarische en flauwe grappen, de beledigingen en surrealistische ontmoetingen: de roman blijkt een poging om de werkelijkheid te ontvluchten. De wereld van de fictie, die Brusselmans schrijft, helpt hem tegelijkertijd de werkelijkheid te vergeten en te plaatsen.

Zo is Poppy en Eddie niet alleen een roman over het onstuimige leven van de auteur Herman Brusselmans of een roman over een vrouw met kanker: het is een roman over de kracht van fictie.

Herman Brusselmans, Poppy en Eddie. Uitgeverij Prometheus, 2014.

Deze recensie is geschreven in opdracht van Recensieweb.nl.

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *