Nieuwsbrief: De eerste lezers (die gek genoeg ’tweede lezers’ heten)

Dag lezer,

Dat boek is nu écht bijna klaar. Het is deze maand gelezen door mijn tweede lezers. Een gekke term, want eigenlijk zijn het de allereerste lezers van mijn boek. Het is een clubje mensen dat verstand heeft van boeken, van goede verhalen houdt en me in de allerliefste bewoordingen kan vertellen wat er beter kan aan mijn boek. Ze behoeden me voor gênante fouten voor het boek zich in het openbaar begeeft – het literaire equivalent van de vriendin die je vertelt dat je jurk nog in je onderbroek zit voor je de toiletten verlaat.

Met één van die tweede lezers had ik het over het schrijfproces. (Voor de echte fan: het was Pieter Claeys, die in elk dankwoord nog als onvolprezen lezer wordt genoemd.) Hoewel hij ingewikkeld onderzoek doet als kwantumfysicusprofessor en ik verhalen uit mijn duim zuig, lijken onze processen wel wat op elkaar.

Er is een idee, dat idee heeft een incubatieperiode. Daarna is het proces vrij lineair. Ik werk van A naar B door het boek heen. Ik moet een einde in mijn hoofd hebben, maar daarna kan ik maar moeilijk switchen tussen scènes: ik schrijf het boek dus zoals je het leest. Voor ik een échte eerste versie heb, met een kop en een staart, duurt het dus ook behoorlijk lang. En wanneer ik zover ben om die te delen, is die wel voor 95% af. Alleen dan nog die laatste vijf procent.

En dan is het af.

Laatst schoot er bij het hardlopen ineens iets door mijn hoofd. Een scène, een paar zinnen – het begin van een nieuw boek. En een beeld voor het einde.

Op papier zetten durf ik het nog niet. Eerst dit boek maar eens afmaken. En dan komt een publicatiedatum, promotie, misschien wel ergens een recensie.

Maar daarna, wie weet. Dan zal alles wel weer opnieuw beginnen.

Liefs,

Else


Moeders in de middeleeuwen

Als je toevallig ook een boek aan het schrijven bent over de middeleeuwen (wat ik erg kan aanraden), of gewoon een vrij brede interesse hebt en van zijpaadjes houdt, is het boek Licht van mijn ogen van María Jesús Fuente een aanrader. Het gaat over moederschap in de middeleeuwen. Hieruit heb ik geleerd dat tijdens een moeilijke bevalling alle knopen in huis werden ontward, deuren en lades werden opgezet, kisten werden opgedaan – alles om het huis te openen en de bevalling sneller te laten vorderen. Het is zo’n mooi detail dat ik het natuurlijk in mijn boek heb verwerkt. Nu ben ik in conclaaf met mijn redacteur: is het te specifiek? Leidt het af? Moet het geschrapt? Ik weet het nog niet, maar ik wilde het jullie niet onthouden.


Prenten van de Heer Halewijn

Om me een beetje inspiratie te bieden, maak ik bij de start van het boek een collagebord (eigenlijk een Pinterestbord) met beelden die me ‘in het verhaal’ trekken. In mijn research naar Heer Halewijn kwam ik de prenten tegen van Hendricus Jansen, die het lied in 1909 illustreerde. Zijn Jugendstilplaten van het lied zijn prachtig. Ik heb ze er meerdere keren bekeken als ik de woorden niet kon vinden.