Auteur: Else Boer

Gezonde School, gezonde kinderen?

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat rond de 12 procent van de Nederlandse kinderen tussen twee en negen jaar overgewicht heeft. Geen wonder dat steeds meer basisscholen het predicaat ‘Gezonde School’ willen dragen, en de focus leggen op beweging en een uitgebalanceerd dieet. Tegelijkertijd wordt bij steeds jongere kinderen anorexia geconstateerd. De ziekte duikt zelfs al op bij zeven- of achtjarigen. Heeft die grote aandacht voor gezondheid op de basisschool misschien een onbedoeld bijeffect? Kan de focus op gezondheid eetstoornissen in de hand werken?

Voor OneWorld schreef ik hierover een artikel, dat hier volledig te lezen is.

De auteur is dood, zijn vrouw ook

Als ik moe ben, maar het nog te vroeg vind om naar bed te gaan, herkijk ik graag oude series. Op een van die avonden zette ik Gossip Girl aan, en voor de goede orde begon ik bij aflevering één.

In de aflevering zit een scène die ik compleet vergeten was. Het personage van Ed Westwick, Chuck, vergrijpt zich aan een jonger meisje. Het is een scène die op onheilspellende wijze de beschuldigingen spiegelt die later tegen Westwick zouden worden geuit. Ik voel me ongemakkelijk als ik de scène kijk, en ik ben niet de enige. Het voelt alsof ik ergens medeplichtig aan ben.

Maar is dat zo? Zijn we ergens medeplichtig aan als we daders een podium geven – voor hun verhaal, voor hun kunst? Staan maker en werk los van elkaar? Wat is de relatie tussen kunst en kunstenaar, product en maker?

Geen uitgever wilde het uitgeven, tot hij negen jaar later alsnog opgepakt werd voor doodslag

Een boek dat niet zonder die vragen gelezen kan worden – en dat mij mogelijk wat antwoorden kan bieden – is Woensdag gehaktdag van Richard Klinkhamer, een boek over doodslag, geschreven door de dader zelf. Waarom is dat boek eigenlijk uitgegeven? Zijn Klinkhamers daad en zijn boek los te zien van elkaar, of juist innig met elkaar verbonden?

De dood van de vrouw
In de winter van 1991 verdween Hannelore Godfrinon, de vrouw van Richard Klinkhamer. Klinkhamer was direct een verdachte in de zaak. De politie doorzocht zijn woning en nam vleesmessen, een hakbijl en een gehaktmolen in beslag. Een theorie was dat hij zijn vrouw had vermalen in de molen en daarna aan de vogels in de tuin had gevoerd. Die vermoedens konden niet hard gemaakt worden, en Klinkhamer ging vrijuit. Het leverde hem wel inspiratie op: Klinkhamer begon in de jaren na Hannelores verdwijning aan het boek Woensdag gehaktdag, waarin hij het doden van zijn vrouw beschreef.

Geen uitgever wilde het uitgeven, tot hij negen jaar later alsnog opgepakt werd voor doodslag. Klinkhamer had zijn vrouw niet vermalen, maar begraven in de achtertuin. Toen hij zijn huis verkocht en de nieuwe bewoners de tuin onder handen namen, kwamen ze haar stoffelijke resten tegen. Klinkhamer verklaarde dat hij zijn vrouw met een breekijzer de schedel had ingeslagen, nadat ze hem het huis uit had gezet. In 2007 kwam dan eindelijk het boek Woensdag gehaktdag uit, bij uitgeverij Just Publishers, nadat Klinkhamer was veroordeeld en zijn straf had uitgezeten. In 2016 pleegt hij zelfmoord.

Woensdag gehaktdag is niet alleen het werk ván een dader is, het gaat ook nog eens expliciet over het gepleegde misdrijf. De vraagt dringt zich op waarom dit verhaal de moeite van het delen waard is.

*

Dit essay schreef ik voor Hard//hoofd, en is daar in volledige vorm te lezen.

Instagrampoëzie

Op Instagram verschijnen er regelmatig gedichten in mijn feed. Of nou ja, gedichten – het lijken eerder zelfhulpteksten in een literair jasje. Op het toilet scroll ik dagelijks door teksten als ‘where you are. / is not who you are. / – circumstances’ van Nayyirah Waheed, ‘speak only good things into existence’ van Alison Malee, of, van de bekendste Instagram poetRupi Kaur: ‘our backs / tell stories / no books have / the spine to / carry / women of colour’. De manier waarop ik de teksten lees is op z’n zachtst gezegd nogal ambivalent. Mijn ogen rollen soms bijna uit mijn oogkassen door de clichés die worden opgelepeld: houd van jezelf, accepteer je tekortkomingen, stop je twijfels niet weg. Tegelijkertijd is het natuurlijk mijn eigen schuld dat ik de Instagram poets voorgeschoteld krijg. Ik blijf immers scrollen, en waar je naar kijkt, is wat je krijgt. Ondanks mijn scepsis vind ik sommige gedichten namelijk best mooi, sterker nog: inspirerend. Want ja, ik wil inderdaad mijn tekortkomingen accepteren en me minder druk maken over onbelangrijke dingen. Een herinnering daaraan, vooral wanneer die mooi verwoord is, vind ik niet onprettig.

Ik ben niet de enige. De bundel Milk and honey van Rupi Kaur werd in een jaar tijd meer dan een miljoen keer verkocht. Misschien is Instagrampoezië een nieuw genre dat ik moet omarmen. Er bestaat immers geen ander platform dat jongeren zó enthousiast poëzie laat lezen.

Eerlijk en authentiek
De reden dat zoveel mensen de poëzie lezen, heeft niet zozeer te maken met een vernieuwend vocabulaire of een verrassende vorm van de gedichten – dingen die tijdens mijn studie Nederlands steevast werden uitgelicht. In plaats daarvan worden de gedichten gelezen om hun herkenbaarheid. Het taalgebruik is bijzonder eenvoudig. De vorm wordt vooral bepaald door enjambementen.
Wat me opvalt wanneer ik door de gedichten scroll, is dat het vaak gaat om een ‘waarheid’ die de auteur heeft ontdekt. Dat wordt bevestigd in de comments: die variëren van ‘beautiful’, naar ‘so true’, of ‘needed this reminder’. De waarde van de Instagrampoëzie ligt niet zozeer in poëtische vernieuwing, als wel in het benoemen van de persoonlijke ontdekkingen van de auteur. De voorwaarden voor een goed Instagramgedicht zijn eerlijkheid en authenticiteit – de lezer moet zich kunnen herkennen in het gedicht. Deze poëzievorm is toegankelijk, in onderwerpen én in taalgebruik.

Motivational quotes
Daar zit direct een probleem. Die voorwaarden, eerlijkheid en toegankelijkheid, gelden namelijk ook voor een ander genre: dat van de motivational quote. Het grootste verschil met deze quote van fitnessgoeroe Kayla Itsines lijkt het gebrek aan regelafbraak en de lettergrootte te zijn:

De meeste Instagramgedichten lezen precies als zo’n motiverende quote. Ze zijn herkenbaar, kort en krachtig, en niet al te verrassend. Dat spreekt niet per se voor de literaire kwaliteit van de gedichten zou je zeggen – tenzij de grenzen van ‘literaire kwaliteit’ opgerekt worden. En dat gebeurt door de Instagram poets in ieder geval, volgens Martha Sprackland, redacteur bij Poetry London.

*

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Hard//hoofd en hier volledig te lezen.

Vind je eigen tijdcapsule

In de kringloop in mijn buurt, naast de vergeelde kookboeken en de oude reisgidsen, staat een oranje krat tegen de achterwand ‘Foto’s’, staat erop, netjes uitgetypt in Comic Sans MS. In het krat ligt precies wat het opschrift al zegt: een janboel aan oude vakantiefoto’s, portretten, verjaardagskiekjes en reclameplaatjes, soms een heel album. Ik laat de plaatjes het liefst een voor een door mijn handen gaan. Voor vijftig cent ben ik vandaag de bezitter van een familieportret uit 1926. Een elftal mensen staart me streng aan en even later loop ik met de onbekende familie in mijn tas weer naar buiten.

Wie zijn de mensen op de foto? Is die strenge vrouw in de rechterbovenhoek de moeder, of misschien een ongetrouwde tante? Zou er nog iemand leven? En waarom is de foto dan in kringloop beland? Is er een familieruzie uitgebroken? Met de foto in mijn handen kijk ik recht het verleden in. De foto is een persoonlijke tijdscapsule, en op de een of andere manier vind ik dat heel rustgevend – ik kan in geen andere tijd leven dan de mijne, maar relikwieën uit andere tijden zijn wel aanwezig. Niet dat dat verleden nou zo fantastisch is, maar ik waardeer het. Een verleden geeft houvast. Ik voel me iets minder alleen en iets minder belangrijk: alles gaat voorbij, en tegelijkertijd zijn we allemaal met elkaar verbonden.

*

Dit verhaal is in zijn geheel te lezen op Hard//hoofd.

Tussen servet en tafellaken

Voor Hard//hoofd schreef ik een stuk over de ‘lerarenkliklijn’ van Forum voor Democratie.

Forum voor Democratie heeft met zijn lerarenkliklijn het hele land over zich heen gekregen. Leraren hebben het al zo zwaar, en ze hoeven zich niet te verantwoorden over vermeende indoctrinatie, volgens tegenstemmen. Maar hoe zit dat eigenlijk met de leerlingen? Die zijn volgens mij best iets weerbaarder dan we denken.

*

Bij het koffiezetapparaat gaat het de laatste pauzes vaak over indoctrinatie. Niet over hoezeer we daar als docenten tégen zijn, maar meer over hoe we het kunnen bewerkstelligen.
‘Ik laat mijn vwo 4 een stuk uit de Volkskrant lezen,’ zegt een collega. ‘Dat lijkt me een mooi begin.’
‘Ik zou mijn havo 4 wel willen indoctrineren,’ zeg ik. ‘Als zij kritiekloos wat harder gaan werken, worden we daar allemaal beter van.’ Instemmende collega’s, gelach, nog een bak koffie en terug naar de les.
Het is niet zo dat we allemaal zo’n fan zijn van indoctrinatie – het is eerder dat het indoctrineren van een klas met dertig mondige leerlingen nogal ingewikkeld is. Over het meldpunt van Forum voor Democratie zijn al veel dingen gezegd: het onderwijs heeft het al zwaar, het is een belediging van de professionaliteit van docenten en het is een bedreiging voor de veiligheid in het klaslokaal. Allemaal waar, maar wat tot hilariteit in de docentenkamer leidt, is dat niemand het over de leerlingen heeft – als die zo verschrikkelijk goed luisterden zou het beroep wel populairder zijn. En wat mij persoonlijk vooral verbaast is het idee dat een neutrale docent de beste docent is. Dat heeft maar weinig te maken met wat er in een klaslokaal gebeurt.

*

Lees hier het volledige artikel op Hard//hoofd.

Filmtrialoog

Voor Hard//hoofd deed ik mee aan de filmtrialoog. Daarvoor keek ik een horrorfilm, Us, de nieuwe film van Jordan Peele. Normaal gesproken ben ik niet zo van de horror, maar deze film zou ik iedereen aanraden. Nou ja, bijna iedereen. In de filmtrialoog leg ik uit waarom.

Raak in een sleur

Hoe moet een mens zijn of haar leven inrichten? Wat moet je elke dag doen om een goede dag te hebben? En wat moet je vooral laten? Hoe doen anderen dat in vredesnaam? Het zijn vragen die me nog al eens bezighouden, vooral op de momenten dat ik opkijk van mijn telefoon en er drie kwartier voorbij is gegaan, of wanneer ik me ‘s ochtends naar mijn werk haast omdat ik te lang in bed ben blijven liggen. Dat moet beter kunnen, denk ik wanneer ik in de toiletten het zweet van mijn bovenlip dep.

Zoals Annie Dillard het verwoordt: ‘How we spend our days is, of course, how we spend our lives.’ Een goede sleur voor jezelf maken betekent een productiever én een gelukkiger leven. Het antwoord op al mijn vragen. Daarom lees ik graag over routines van bekende schrijvers. Of ze nou vroeg of laat opstaan, ’s nachts of ’s middags werken, één ding hebben ze gemeen: ze hebben een manier gevonden om de dingen die ze het belangrijkste vinden in hun dag te passen.

*

Voor Hard//hoofd schreef ik een tip over mijn zoektocht naar sleur en routine. Het volledige artikel is hier te lezen.

Een essay over liefde en robotica

Robots nemen de wereld over. Nee, niet door ons met hun artificiële intelligentie te overmeesteren, maar juist door ons te ondersteunen. De utopie van een wereld waarin humanoids een waardevolle aanvulling zijn op onze menselijke activiteiten komt steeds dichterbij. Sociale robots kunnen uitkomst bieden in de zorg door de eenzaamheid van ouderen te verlichten. In de Volkskrant verscheen onlangs een artikel waarin de mogelijkheid van robotprostituees wordt besproken. En Filosofie Magazine wijdde laatst een nummer aan robotliefde, in samenwerking met de expositie ROBOT LOVE, die belooft: ‘ROBOT LOVE laat je de liefde van robots ervaren.’ Maar kunnen we liefde ervaren van iets wat nep is? En als dat kan, wat zegt dat dan over intimiteit en menselijkheid?

*

Voor Hard//hoofd schreef ik een essay over robots en liefde. Het hele artikel is hier te lezen.

Voed me, straf me

Eten, gezondheid en schuld lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat je eet zegt niet alleen iets over je gezondheid, maar ook iets over je karakter: dat is ofwel goed en sterk, ofwel slecht en slap. ‘Fit zijn’ is je eigen verantwoordelijkheid, maar dat niet alleen: anderen zullen je daadwerkelijk als béter zien wanneer je gezond bent. Je gezondheid managen is je morele plicht, en wie dat niet doet kan op een flinke portie kritiek rekenen. Eat that.

*

Voor Hard//hoofd schreef ik een artikel over fit zijn, en waarom de ‘fit-hype’ voor een nieuwe kloof in de samenleving zorgt. Lees hier het hele artikel.

Blauw

Afbeeldlng voor Hard//hoofd door Niels Egidius

‘Maar waarom wil je hier dan weg?’
We zitten samen op de bank. Ik peuter aan een draadje dat uit de leuning komt. We hebben de bank vorig jaar samen uitgezocht, vlak nadat we de sleutel van ons huis kregen. Nu zijn de eerste vlekken al te zien: koffie die ik te snel naar mijn mond bracht, chocolade.

Ik zeg nog eens dat ik niet bij je weg wil. Juist niet. Ik wil bij je terugkomen. Weg, dat is alleen maar een voorwaarde voor het terugkeren: de sleutel in het slot steken, de drempel over stappen, de deur achter me dichtslaan en roepen dat ik weer thuis ben. Misschien zal het dan anders voelen. Na weg voelt terug weer goed. Iedereen is na de vakantie blij om thuis te zijn.
‘Dat gevoel, dat net-over-de-drempel-gevoel heb ik nodig,’ zeg ik, ‘voor ik hier niet meer kan zijn.’
Ik gebaar om me heen. De muren van de woonkamer heb ik in een opwelling geel geschilderd. Ik dacht dat het frisser zou lijken. Dat was niet zo. Het geel is te donker, grijzig, alsof de zon net niet door de wolken breekt.
‘Oké,’ zeg jij, maar je haalt je schouders op alsof ik me nog wel zal bedenken.

Meer lezen →

Kraaien

De eerste keer doe ik niet open. Het geknerp van het grind waarschuwt me, ik verschuil me in de keuken en wacht tot er niemand meer voor de deur staat. De tweede keer ben ik minder oplettend. Toevallig sta ik in de gang, het oude brood al in mijn handen. Ik zie Harry van twee huizen verder duidelijk door de ruiten, al zit er een grijze, vettige laag over het glas. 

‘Ik kom namens de gemeente,’ zegt Harry.
‘O,’ zeg ik, en ik leg het brood op het gangkastje dat Arnie’s moeder me heeft gegeven nadat zij en ik uit elkaar waren gegaan. Ze vond dat ik te weinig meubels had en noemde het huis ‘net een leeggeroofd mausoleum’.
‘Het is nu toch alweer even geleden,’ zegt Harry. ‘Je weet wel. Het ongeluk.’

Ik zwijg, kijk hem alleen maar aan.
‘In ieder geval moet er iets aan de tuin gebeuren.’ Hij recht zijn rug. ‘We hebben het al eerder gezegd. Dit is geen goed aanzicht voor de buurt.’
‘Het is mijn tuin.’
‘Bij ernstige nalatigheid van het onderhouden van privébezit mag de welstandscommissie een verordening doen.’ Hij benadrukt elk woord. Misschien heeft hij geoefend.
‘En wat houdt dat in?’
‘Dat je wat aan de tuin moet gaan doen. Je ziet zelf toch ook wel…’ Hij aarzelt even, Harry met zijn grijze snor en donkerblauwe pak, alsof hij zich ineens afvraagt of hij zijn tijd hier niet verdoet en beter kan weglopen.
‘Je ziet toch zelf ook wel dat dit er niet uitziet. Huur een tuinman, iemand om de rommel op te ruimen.’
Ik wil de deur dichtdoen, maar Harry zet zijn voet op de drempel. Hij is gestuurd, realiseer ik me, hij kan nu niet zomaar weglopen.
‘Ik ben niet de enige die dit vindt. We ergeren ons al maanden aan de zwarte zooi. Ruim het gewoon op. Dat is alles. Je hoeft echt geen kunstwerk van je tuin te maken, als die rotzooi maar weg is. Net als die verdomde kraaien. Ze schijten alles onder.’
‘Oké.’
Ze moeten dit besproken hebben. Ik heb ze zien kijken, de laatste weken. Janet met haar kinderwagen, die zucht als ze langs de voortuin loopt. Ina die hoofdschuddend langsloopt. En dan degenen van wie ik de namen nooit heb geleerd – ze laten hun blik over het huis glijden en hun gezicht vertrekt. Ik kan me voorstellen hoe ze dit hebben besproken, tijdens verjaardagen en de jaarlijkse buurtbarbecue: ‘Er moet nu toch echt iets gebeuren.’ Harry die zich opoffert voor de goede zaak.
‘Ik meen het. Je kan een boete krijgen.’
‘Oké,’ zeg ik weer. Nu doe ik de deur wel dicht, duw het hout tegen zijn leren Oxfords. Die droeg ik zelf ook toen ik nog een baan had.
Wanneer Harry zich omdraait kijk ik naar de kraaien. Een zwartgevederde familie in een grijsgeblakerde boom.

*

Het volledige verhaal ‘Kraaien’ is te lezen op de site van literair tijdschrift Revisor.

 

 

 

Jeuk

De FusieAan mijn gezicht is niets te zien – niets dan de rode striemen die ik er zelf op heb gekrast. Het tl-licht vergroot het rood nog eens uit, maar zelfs in normaal licht kan ik de lijnen over mijn schedel zien lopen. Uitgekerfde paden, af en toe een korst en een aantal open wondjes.

Een tijd geleden heb ik me volledig kaalgeschoren, om er vanaf te zijn. Ik scheerde mijn benen, mijn armen, de delen van mijn rug waar ik nog net bij kon, mijn schaamhaar. Luizen, dacht ik eerst. Huisstofmijt. Vlooien, eventueel. Nadat ik de lokken hoofdhaar op de grond zag vallen – vaalgrijze plukken op de zwarte tegels – had ik het gevoel ergens van bevrijd te zijn. Ik ging met mijn hand over mijn schedel, glad en zacht als babyhuid. Ik zag eruit zoals die mensen uit de cocons in de Matrix: een week, nat, naakt lijf. De rode lijnen waren over mijn hele lichaam te zien, maar ondanks dat voelde ik me herboren.
Het duurde dertig seconden voordat het weer begon. De jeuk.

Met de punt van mijn nagel boor ik in het vel van mijn voorhoofd en zet een kruisje. Mijn moeder vertelde me vroeger dat je dat met muggenbulten moest doen: kruisjes erin zetten, zodat de kriebel voorbijging. Ik heb het geprobeerd, heb avonden lang alleen maar kruisjes in mijn huid gezet met mijn nagels, later ook met een keukenmes.

Zalf heb ik geprobeerd. Meditatie. Krabben, juist niet krabben. Mentholpoeder, yoghurt, azijn, amandelolie. Toen bleek dat het allemaal niet werkte, gebruikte ik ijs om de prikkeling te verzachten. Het hielp even, tot het ijs voor blaren zorgde. Ook die begonnen weer te jeuken.

Ik pak de scalpel die ik uit het laboratorium heb meegenomen en kijk aandachtig in de spiegel. Voorzichtig snijd ik in het vel, tot ik het bloed uit mijn voorhoofd zie opwellen.

Ik ben altijd zorgvuldig geweest. Na elke proef was ik mijn handen en reinig ik mijn bureau met alcohol. Anders dan mijn collega’s controleer ik me na iedere vorm van veldwerk zorgvuldig op teken. Als ik zie hoe zij dat doen – snel, losjes, als er nergens een zwart stipje zit is het goed – verbaas ik me erover dat niemand Lyme heeft opgelopen.

*

Dit volledige verhaal is te lezen op de site van De Fusie.

Part of the experience

Illustratie door Annelien Smet voor Hard//hoofd

Illustratie door Annelien Smet voor Hard//hoofd

Een hand op zijn schouder duwt Aron richting de deur. ‘Let’s get some drinks!’ Een van de gasten met wie hij staat te praten loodst hem mee de kroeg in. Ze zijn een vriendengroep, aan hun tattoos te zien waarschijnlijk hooligans van de plaatselijke voetbalclub.
‘Thanks,’ zegt Aron, al weet hij niet precies waarom. Hij probeert niet te dankbaar te zijn voor hun aandacht.

De kroeg ziet eruit alsof er sinds de jaren ’70 niks aan het interieur is veranderd. Zijn ogen moeten wennen aan het schemerdonker, maar ook dan is er weinig te zien. Donkere meubels, een discolamp in de hoek, bakstenen muur, een paar gasten bij de pooltafel.
Aron gaat op een barkruk zitten en bestelt een biertje. De barman wijst naar de flessen sterk, maar hij schudt zijn hoofd. Zijn geld is nog niet helemaal op, maar hij kan beter rustig aan doen. Acht maanden geleden is hij uit Amsterdam weggegaan. Hij zou de wereld ontdekken, alleen.

Hij neemt een slok en glimlacht naar een meisje dat in de hoek van de ruimte staat en de jongens lijkt te kennen. Ze heeft witblond haar dat in de donkere kroeg lijkt op te lichten. Engelachtig, wanneer je je ogen een klein beetje dichtknijpt. Ze doet hem denken aan Sanne van zijn middelbare school: mooi, maar na twee jaar boulimia net een porseleinen spook. In de vierde hadden ze voor het eerst met elkaar gezoend, daarna deden ze dat op elk schoolfeest tot zij in de zesde een vriendje kreeg.

Hij begon in Azië, maakte foto’s bij oude tempels, witte stranden, azuurblauw water. In eerste instantie dacht hij dat hij nooit meer weg zou gaan. Daarna begon het hem, bijna plotseling, te ergeren hoe iedere tempel leek op de vorige. Hij vertrok en reisde via Rusland naar Oost-Europa. Nu vraagt hij zich af of hij ook niet Australië had moeten zien. Japan. Zuid-Amerika.
Het groepje jongens – te veel gel, strakke shirts – loopt naar de pooltafel. Voordat Aron opstaat kijkt het meisje nog een keer zijn kant op. Hij heft zijn glas. Misschien is Letland zo gek nog niet.

Ze vraagt waar hij vandaan komt en hij vertelt over Amsterdam. Zijn vrienden, zijn voormalige studie, de familie in Haarlem. Dan over zijn reis. Hij merkt dat het hem nu al moeite kost om de woorden te vinden.
‘Het was heel bijzonder,’ zegt hij, en: ‘Ik heb onderweg goede vrienden gemaakt’. De meesten van hen waren in Bangkok gebleven. Hij vraagt zich af of ze nog weten hoe hij heet.
Misschien had hij te veel verwacht. Dat bij nieuwe plaatsen ook een nieuwe Aron zou horen, een nieuwe versie van hemzelf. Gespierder, bruiner, relaxter. De rest van zijn leven zou zich in een onwaarschijnlijke helderheid aan hem openbaren. Hij zou ergens een baan vinden, een bestaan opbouwen – een spannend leven op een spannende plaats. Misschien zou hij zelfs verliefd worden.
Niets daarvan gebeurde. Hij is alleen, in Riga, zonder plan, met slechts de dagen die hem als zwarte gaten lijken op te slokken. Afdruipen naar Amsterdam is geen optie, net als verder reizen ­– niet met wat er nu nog over is. Letland als limbo. Hij blijft er wachten tot er iets gebeurt.
Hij kijkt naar het meisje. ‘What about you?’

Hij is alleen, in Riga, zonder plan, met slechts de dagen die hem als zwarte gaten lijken op te slokken.

Ze haalt haar schouders op, lacht. Haar tanden zijn gelig, zelfs in het weinige licht van de bar. ‘Niets interessants.’
Hij gelooft haar direct. ‘Wensen dan? Dromen?’ Ze haalt weer haar schouders op, grinnikt, alsof alles wat hij zegt een grap is. Hij lacht mee en merkt dat hij al behoorlijk aangeschoten is.
‘Ik heb hier alles wat ik me kan wensen.’ Ze kijkt hem intens aan, en even – heel even – vraagt hij zich af of ze soms een prostituee is. Tegelijkertijd weet hij dat het hem niet kan schelen. Hij legt een hand op haar bovenbeen. Zij laat hem daar liggen.

*

Het volledige verhaal is te lezen op de site van Hard//hoofd.

Ogen dicht

schermafbeelding-2016-11-02-om-18-00-24

Peter moest in eerste instantie wennen aan het idee. ‘Sem en Julia hebben je graag in de buurt,’ zei hij. ‘Ze moeten hun Nederlands bijhouden.’ Soms zei hij: ‘Ik dacht dat je het fijn vond dat je nu niet meer zo druk bent.’

De maanden hiervoor waren inderdaad rustig geweest. Ellen ging met Sem en Julia naar de Eiffeltoren. Wanneer zij naar de kleuterschool waren bezocht ze het Louvre, kocht ze boeken als A Moveable Feast, liep ze de Marché des Enfants-Rouges af om daar eten te kopen. Zo lekker Frans. Ze moest gewoon wennen aan het leven als expat, als huismoeder. Als hobbyvrouw.

Het lukte niet.

Nu doet ze de deur open voor de nanny en ziet hoe Julia zich direct in haar armen stort.

‘Daar ben je,’ zegt Julia. Er is nog een traanspoor zichtbaar op haar wang.

‘Goedemorgen,’ antwoordt Maria in gebroken Nederlands en ze haalt haar vingers door Julia’s krullen. Maria’s eigen haar begint al grijs te worden: over het zwart zit een asgrauwe gloed. Een tijdje geleden vond Ellen dat nog vertrouwd, had ze telkens de neiging om het aan te raken. Maria als de moeder die ze zelf af en toe nog nodig had.

‘Ik heb ze vanochtend al aangekleed,’ zegt Ellen.

‘Maar ik wil dit niet,’ zegt Julia, terwijl ze aan haar T-shirt plukt. ‘Ik wil mijn jurk.’ Ze pruilt en ziet eruit alsof ze elk moment weer kan gaan huilen.

‘Vandaag niet,’ zegt Ellen. Ze glimlacht naar Maria. Een blik van verstandhouding, hoopt ze.

‘Sem is ook al helemaal klaar. Je hoeft alleen nog brood te smeren voor de lunch.’

Sem zit bij zijn legobouwwerk. Hij kijkt even op bij het horen van zijn naam, maar gaat dan rustig verder.

Ellen pakt haar sleutels en tas van tafel. Het is een Louis Vuitton. Peter heeft het altijd onzin gevonden om veel geld uit te geven aan spullen. Hij vindt het nog steeds onzin, maar nu kan ze haar eigen geld uitgeven.

Ze loopt naar Sem toe om hem een kus te geven en kan het niet laten om even door zijn piekerige blonde haar te vegen. Hij krimpt meteen ineen. Als Ellen met getuite lippen voor haar staat geeft ook Julia haar een kus, maar niet van harte.

‘Lief zijn, jullie,’ zegt Ellen voor de deur achter zich dichttrekt. Ze bedoelt de kinderen, maar kijkt onwillekeurig naar Maria.

*

Het volledige verhaal (inclusief volledige illustratie) is te lezen op de site van Passionate Platform.

De klassieke methode

schermafbeelding-2016-10-08-om-13-05-15

Een verhaal van mij mocht in de nieuwste De Titaan. Het verhaal is hier te lezen (in pdf-formaat).  De hele De Titaan is uiteraard nog veel meer de moeite waard, te verkrijgen bij de betere boekhandel of online te bestellen.

 

 

 

Mooie Woorden in de Hofman

Vorige week mocht ik optreden bij Mooie Woorden in de Hofman. Dat optreden hield in dit geval in dat ik voorlas, uit een rood boekje dat precies bij mijn jurk paste.

Bewijs.

Bewijs.

Ik was natuurlijk niet de enige gast, en mocht luisteren naar de fantastische Daan Windhorst, Jesse Laport en Gijs ter Haar.

Als je er niet was, heb je dus heel wat gemist. Mocht je nou benieuwd zijn wat ik heb voorgelezen: die tekst verschijnt binnenkort in de Titaan.

Zomerleesvoer

27906526021_0f6c563a66

De zomer is dé tijd om meer te lezen, en blijkbaar ook om te schrijven. De verhalen ‘Remmen, alarm slaan, wegkijken’ en ‘Pony’s kammen’ staan nu online bij De Bonte Avond en Tijdschrift Ei. Alleen te lezen op scherm, dus ideaal voor die druilerige dagen.

Frontaal #9

13217287_1154658234584660_4436635796550819363_o

Deze zondag mocht ik optreden bij het Rotterdamse letterenpodium Frontaal.

Wat je gemist hebt: optredens van dichters Lotte Dodion en Joost Oomen, fragmenten uit de  nieuwe roman van Roos van Rijswijk, woordkunst van Christopher Blok, de verhalende gedichten van Tjitske Jansen en een kort verhaal van mij. Gelukkig hebben we de foto’s nog (credits naar Purdey van Dijke).

13064649_1159344047449412_2757293138081289893_o 13217093_1159343960782754_786305147714833748_o

Geluk als schoolvak

banner-facebook-geluk2-01-500x186Aanstaande donderdag mag ik bij de filosofische talkshow De Idee iets komen vertellen over geluk in het onderwijs. Daarnaast schreef ik een artikel over geluk, en waarom het belangrijk is om daar met leerlingen over te praten. Het artikel is hieronder te lezen, of hier op de website van deFusie.

___

Hoe de middelbare school werkt is voor iedereen die het traject heeft doorlopen wel duidelijk. De school moet je voorbereiden op een vervolgopleiding en, iets abstracter, op de arbeidsmarkt. Maar op school wordt weinig aandacht besteed aan waaróm leerlingen leren wat ze leren. Wat als je die opleiding glansrijk hebt doorlopen, wat als je die goedbetaalde baan hebt gekregen? Ben je dan klaar, of pas echt geslaagd?

De cijfers over depressie laten zien dat die conclusie te snel getrokken is. Uit een recent onderzoek van het CBS blijkt dat een miljoen Nederlanders depressief is, of depressief is geweest. In 2030 zal depressie wereldwijd tot de top drie van aandoeningen met de grootste ziektelast  behoren. ‘Geslaagd zijn’ garandeert geen geluk.

Meer lezen →

Een makkelijk kind

Een makkelijk kind

Twee studentes die op een afgelegen villa moeten passen en een kind dat verdwenen blijkt te zijn. Met zo’n premisse verwacht je een spannend verhaal – en spannend wordt het, in Een makkelijk kind. Mireille Geus gaat echter niet voor de gemakkelijke sensatie. Een thriller is het niet, wel een zorgvuldig opgebouwd debuut waarin veel op het spel staat.

Eerst iets over het ‘debuut’: het is een wat problematische term om de roman mee te omschrijven. Geus heeft namelijk meer dan twintig jeugdboeken op haar naam staan en sleepte onder meer een Gouden Griffel in de wacht voor een van die romans. Het gaat hier dus om haar debuut voor een volwassen publiek – dat Geus kan schrijven is inmiddels wel duidelijk. Interessant is dat haar hoofdpersonages nog steeds jong zijn. In het boek staan twee studentes en hun vriendschap centraal.

Meer lezen →

Marterjong

Schermafbeelding 2016-04-07 om 13.08.53

De marter is verdomd voorzichtig. Twee keer heeft ze haar kop uit de boomholte gestoken en hem een blik gegund op haar gele hals, alsof ze net door een veld paardenbloemen is gerend. Ze is nog niet in het zicht van de camera geweest.
Jonathan zit verder van de boomholte af dan gisteren. De marter heeft jongen, misschien dat ze daarom niet uit haar hol komt. De camera heeft hij op dezelfde plek geplaatst, hij wil haar het liefst in beeld brengen wanneer ze met een prooi aankomt, maar zijn deadline is over twee dagen: een foto van alleen de marter – als ze ooit uit haar hol komt – is goed genoeg.
Met de ontspanner in zijn handen wacht hij.

___

Het verhaal Marterjong, met prachtige illustratie van Renske van Enckevoort staat nu op de site van De Optimist. Hier is het hele verhaal te lezen.

Literatuurtip

Voor het Algemeen Nijmeegs Studentenblad selecteerde ik de Literatuurtip(s) voor de maand april. Lastig, want ik mocht maar drie boeken kiezen. Uiteindelijk bleek ik vooral een lans te willen breken voor het korte verhaal – en (uiteraard) voor Munro en Minco.

Welke boeken ik koos en waarom is hier te lezen.

Lustrumtekst

Redacteur Maaike Pleging van Op Ruwe Planken koos voor het lustrumjaar van het tijdschrift haar favoriete tekst, en dat was ‘Vitamines’ van ondergetekende. Ze noemt het ‘een ontroerend verhaal over een jonge vrouw met paniekaanvallen’. Extreem trots natuurlijk, en een bonus: het hele verhaal (met aanbeveling) is nu hier online te lezen.

Een bruin colbertje

Voor Write Now! schreef ik een column. Over schrijven. Hij is hier te lezen op de site van Write Now!, maar als je niet door wilt klikken kan je hem hieronder vinden.

___

‘Don’t be a writer, be writing’ is een van mijn favoriete uitspraken, van schrijver Charles Bukowski. Het klinkt prachtig, maar jarenlang had ik geen idee wat hij ermee bedoelde. Want laten we wel wezen: schrijvers, dat zijn die gemankeerde, getormenteerde zielen die je in een café ziet zitten met een glas wijn en een notitieboek. 

Ze dragen bruine colbertjes en leren de kunst voornamelijk door te veel te drinken en Dostojewski te lezen. Denk aan Hemingway: ‘write drunk, edit sober’. Waarom zou je dat niet letterlijk nemen? Daarnaast worden schrijvers niet alleen gepijnigd door het schrijven: ze worden gepijnigd door het leven. Een beetje roken en snuiven om de dag door te komen is pure noodzaak.

Voor de jonge, ongekwelde talenten die nu beginnen te sputteren bij het idee: ook Kurt Vonnegut was zich van dit stereotype schrijversbeeld bewust. Tot de jaren 60 was Vonnegut fris geschoren, kort gekapt en netjes gekleed. Maar nadat hij twintig jaar aan Slaughterhouse Five had gewerkt, wilde hij niet zomaar een auteursfoto op de achterflap zetten. Hij vreesde dat zijn Harvardstijl de culturele elite niet aan zou staan. Dus liet Vonnegut een snor staan, verloor hij een aantal kilo’s en veranderde zijn korte kapsel in een gigantische bos krullen. Hij wilde eruitzien als ‘an author who was in.’ Het lukte: Slaughterhouse Five werd een bestseller en de warrige haardos van Vonnegut is niet meer weg te denken uit de literaire wereld. Dat het daarnaast resulteerde in een identiteitscrisis en depressie – in het licht van zijn gewenste schrijversimago was dat natuurlijk mooi meegenomen.

Mijn probleem is dat ik weinig talent heb voor zowel dramatiek als zelfdestructie. Ik heb het geprobeerd: ik heb de helft van dit stuk geschreven in een café, met een glas wijn, terwijl ik zuchtte en steunde. Jarenlang heb ik gedacht dat dit de enige manier was waarop ik ooit een goed verhaal zou kunnen schrijven.
Dat had ik mis.
‘Het lukt niet,’ klaagde ik tegen een vriendin die achter de bar stond. Het was zondagmiddag, meer tijd voor koffie dan voor wijn.
Ze gaf me een kop. ‘Zolang je maar wat op papier zet, toch?’

De wijn, de hoed, het bruine colbertje: al die dingen doen er niet toe. Vonnegut had zich net zo goed kunnen scheren, Hemingway had net zo goed thee kunnen drinken, en ik – ik maak dit stuk af aan de keukentafel. Het enige wat er toe doet is dat de woorden achter elkaar komen te staan, één voor één. ‘Don’t be a writer, be writing.’

Maar daar mag je natuurlijk best moeilijk bij kijken.